maandag 2 mei 2016

Weg uit Roermond


Op 21 januari 1945 hebben de zusters van 'De Steenen Trappen' aanzegging gekregen om te evacueren. Het duurde nog 10 dagen voordat ze daadwerkelijk gingen, 10 dagen vol onzekerheid. Omdat Netty ernstig ziek was geweest (difterie) mocht zij niet lopen en is per auto vervoerd. Jopie heeft echter de barre tocht te voet moeten afleggen van Roermond naar Brüggen in Duitsland. Deel 6 van Jopie's verhaal.

Eind januari 1945 volgde de evacuatie van de hele stad Roermond. 12.000 Roermondse vrouwen, kinderen en enkele voornamelijk oude mannen werden, via de grensstreek, naar Duitsland vervoerd. Van daaruit ging het met treinen naar de drie noordelijke provincies Friesland, Groningen en Drenthe. Het vervoer per trein (veewagens) was schrijnend. Waarom zo’n evacuatie? Begin september van dat hoopvolle jaar zetten geallieerden voet op Limburgse bodem. Het Zuiden en Westen werden snel bevrijd. De Duitsers begonnen nu in allerijl achter de rivieren barricades op te richten. De steden Venlo en Roermond werden in staat van verdediging gebracht. Daarbij werd de aanwezigheid van de burgerbevolking als hinderlijk ervaren. De burgers liepen hierbij maar in de weg. Evenals andere (nog) bezette Limburgse gebieden was ook Roermond met omgeving sinds begin september 1944 opgenomen in het “Reich”. Heel Roermond begon te veranderen in een fort: tankaanvallen, loopgraven, wegversperringen, landmijnen, prikkeldraad.  
Bron: Gemeentearchief Roermond

Zondagavond, 21 januari 1945
We moesten evacueren naar Friesland. Het is een hele drukte, alles inpakken wat er al zo nodig is. Ik ben juist uit m'n betrekking gekomen en blijf nu thuis. We zijn allemaal druk bezig en willen niet naar bed voordat alles is ingepakt. Om elf uur komt de zuster zeggen dat het genoeg is en dat we naar bed moeten. Dat doen we dan ook maar want we zijn erg moe van al dat gebeun. Verder is het de hele week rommel. Iedere dag pakken we onze rugzakken minstens één keer in en uit, net zolang tot de zuster er genoeg van krijgt, ze pakt ze af en zet ze in de kelder.

De andere week dinsdags kregen wij ze weer terug, toen was het zover we zouden de andere morgen vertrekken. We waren allemaal erg zenuwachtig. Natuurlijk moesten we op het laatste nippertje nog gauw dit en nog vlug dat pakken want daar hadden we de hele week niet aan gedacht. Samen gingen we 's avonds doodmoe naar bed, niemand kon in slaap komen. En toen we eindelijk sliepen kwam de zuster 's nachts om één uur met brood voor de reis aan, dus gingen we maar weer brood inpakken. Eindelijk werd het dan toch ochtend. We zagen er allemaal geweldig tegenop want het was aan het dooien en we moesten met sleeën (omgekeerde kerkbankjes) gaan want vervoermiddelen waren er niet. Ze wáren er wel, maar alleen voor Duitsers. En wij kregen, alleen voor de zieken en voor die helemaal niet konden lopen, dus ook oude zusters, auto's. Netty mocht ook niet lopend gaan, ze mocht met een auto. Gelukkig voor haar want als ze nog alles had moeten meemaken kon ze weer gaan liggen.

Woensdagochtend, 31 januari 1945, 9.00 uur
Alle sleeën stonden klaar het waren er ongeveer tussen de twintig en de dertig. We waren allen goed aangekleed, ieder had minstens drie stel ondergoed aan, twee, drie onderjurken en ik had voor bovenkleren aan: een zomerjurk, winterjurk, blouse, trui, rokje, vest, twee mantels en een regenjas, dus koud konden we het niet hebben. Het sein van vertrek werd gegeven. Die niet hoefden te lopen wuifde ons na. Het was een zielige uittocht. Wij moesten met drie à vier de slee trekken. Het ging toch zo moeilijk want het dooide in hevige mate. En het ergste van alles was dat, toen we één uur gelopen hadden nog niets verder waren dan Roermond. Ze hadden ons twee keer verkeerd gewezen, maar eindelijk waren wij dan buiten Roermond. Tot zover was het trekken tamelijk goed gegaan, er lag nog ongesmolten sneeuw, maar nu komt het pas.

Toen we de weg naar Swalmen insloegen begon het te regenen. Wij hadden van te voren onze mantels uitgedaan van de warmte maar deden ze vlug weer aan. We waren allen zo moe, kinderen en zusters. De weg was helemaal schoon geregend. We wisten ons geen raad meer want de sleeën waren zo zwaar! Er waren rugzakken, manden, dozen, kisten vol kleren en etenswaar op, dus u kunt zich wel voorstellen dat wij doodmoe waren en bang voor granaten. Ik was vreselijk bang en allemaal waren wij zo zenuwachtig; hoe moesten wij nu verder?

Door Jopie van Etten



Geen opmerkingen:

Een reactie posten